Een schoonmaakprotocol voor een tandartspraktijk beschrijft wat er wordt schoongemaakt, door wie, wanneer en op welke manier. Ook legt het protocol vast welke middelen mogen worden gebruikt en hoe de uitvoering wordt gecontroleerd. Zo voorkomt u dat werkzaamheden tussen het praktijkteam en een externe schoonmaakdienst in blijven liggen.
Een bruikbaar protocol sluit aan op de indeling van het pand, de uitgevoerde behandelingen, de aanwezige apparatuur en de toepasselijke richtlijnen. Volgens de stand van 26 september 2026 geldt de KNMT-richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken uit 2016. Deze richtlijn is momenteel in herziening. Controleer daarom vóór invoering of actualisatie van uw protocol altijd de actuele status.
Maak daarnaast onderscheid tussen mondzorgspecifieke richtlijnen, algemene richtlijnen voor het reinigen en desinfecteren van ruimten, fabrikantvoorschriften voor apparatuur en medische hulpmiddelen en de lokale afspraken binnen uw praktijk.
Waarom een algemeen schoonmaakschema niet voldoende is
Een algemeen schema vermeldt bijvoorbeeld dat vloeren dagelijks worden gereinigd. Daarmee is nog niet duidelijk wie aangeraakte behandeloppervlakken tussen patiënten behandelt, wie onderdelen van een behandelunit mag reinigen en wat een medewerker moet doen bij onverwachte verontreiniging.
In een tandartspraktijk liggen gebouwgebonden schoonmaak, klinische omsteltaken, instrumentverwerking en onderhoud van apparatuur dicht bij elkaar. Juist op die grensvlakken kunnen misverstanden ontstaan. Een locatiespecifiek schoonmaakplan voor de tandartspraktijk moet daarom per object aangeven welke handelingen zijn toegestaan en welke kennis of instructie daarvoor nodig is.
Een voorbeeldprotocol kan als uitgangspunt dienen, maar vervangt niet de geldende richtlijnen, fabrikantvoorschriften en beoordeling van de feitelijke situatie in de praktijk.
Welke onderdelen neemt u op in het protocol?
De geldende mondzorgrichtlijn verlangt een schoonmaakprotocol en regelmatige evaluatie van het schoonmaakresultaat. Voor een praktisch uitvoerbaar protocol is het raadzaam om per taak de volgende onderdelen op te nemen:
- Ruimte en object: bijvoorbeeld behandelkamer 2, vloer, werkblad of deurklink.
- Handeling: reinigen, desinfecteren of een andere voorgeschreven behandeling.
- Verantwoordelijke: de persoon of partij die de taak uitvoert en degene die toezicht houdt.
- Uitvoeringsmoment: bijvoorbeeld tussen patiënten, na het spreekuur of op een periodiek moment.
- Frequentie: gebaseerd op de geldende minimumfrequentie, het gebruik en eventuele aanvullende risico’s.
- Middel en materiaal: inclusief concentratie, inwerktijd en relevante gebruiksvoorwaarden.
- Werkwijze: de werkvolgorde, routing en scheiding tussen schoon en vuil.
- Registratie: waar en door wie de uitvoering wordt vastgelegd.
- Afwijkingsprocedure: wat moet gebeuren bij schade, zichtbare verontreiniging, een leeg product of een onveilige situatie.
- Controle: wie het resultaat beoordeelt en hoe afwijkingen worden opgevolgd.
Leg ook vast wie eigenaar is van het document, welke versie wordt gebruikt, wanneer het protocol wordt geëvalueerd en wie wijzigingen mag goedkeuren. Niet ieder onderdeel is op zichzelf een formeel voorgeschreven minimum, maar samen maken deze gegevens het protocol beter uitvoerbaar en controleerbaar.
Kritische en niet-kritische ruimten
De geldende KNMT-richtlijn maakt onderscheid tussen kritische en niet-kritische ruimten. Behandelruimten en ruimten voor reiniging, desinfectie en sterilisatie van instrumentarium gelden als kritische ruimten. Toiletten, eetruimten, entrees, gangen, kantoren en wachtkamers gelden als niet-kritische ruimten.
Voor ruimten die niet uitdrukkelijk zijn genoemd, zoals bepaalde opslag- of technische ruimten, is de feitelijke functie bepalend. Kijk daarom naar de werkzaamheden, materialen en mogelijke verontreiniging in de betreffende ruimte. Neem een indeling uit een voorbeeldprotocol niet zonder controle over.
Leg per ruimte vast welke oppervlakken en zones aandacht vragen. Een balie in de wachtruimte heeft een andere functie dan een werkoppervlak in een behandelkamer. Dat verschil moet terugkomen in de werkwijze, frequentie, taakverdeling en controle.
Taken vastleggen per ruimte
Behandelkamer
Maak in behandelkamers onderscheid tussen algemene ruimteschoonmaak en taken die rechtstreeks samenhangen met het behandelproces. Aangeraakte of met patiëntenmateriaal verontreinigde oppervlakken kunnen volgens de mondzorgrichtlijn tussen patiënten moeten worden behandeld. Dat kan ook gelden voor een toetsenbord, muis, touchscreen en daarvoor aangewezen delen van de behandelstoel.
Voor onderdelen zoals waterleidingen, afzuigslangen en het spittoon gelden afzonderlijke werkwijzen en frequenties. Leg deze per object vast op basis van de mondzorgrichtlijn en de fabrikantvoorschriften. Gebruik geen brede opdracht zoals ‘de hele behandelkamer schoonmaken’, maar benoem precies welke oppervlakken en onderdelen binnen de taak vallen.
Gebouwgebonden onderdelen, zoals vloeren, plinten, deuren en vrijgegeven algemene oppervlakken, kunnen binnen een externe schoonmaakopdracht vallen. Klinische omsteltaken of werkzaamheden aan apparatuur mogen alleen worden toegewezen aan personen die voor de concrete taak aantoonbaar zijn geïnstrueerd en bekwaam zijn. De zorgaanbieder blijft verantwoordelijk voor de borging.
RDS-ruimte en instrumentverwerking
In de ruimte voor reiniging, desinfectie en sterilisatie van instrumentarium moet een zichtbare scheiding bestaan tussen schoon en vuil. Leg een procesrouting van vuil naar schoon vast en voorkom dat schone materialen aan de vuile zijde worden opgeslagen.
Wanneer ruimtelijke scheiding niet mogelijk is, moeten de functies ten minste in tijd worden gescheiden. Leg die werkwijze schriftelijk vast. Voorkom bovendien dat schoonmaakmedewerkers zonder expliciete instructie instrumentarium, apparatuur of ingerichte werkzones verplaatsen.
Instrumentverwerking behoort niet automatisch tot reguliere ruimteschoonmaak. Deze werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door personen die voor de betreffende taak aantoonbaar zijn geïnstrueerd en bekwaam zijn, volgens het praktijkprotocol en de toepasselijke voorschriften.
Wachtruimte, receptie en kantoor
Beschrijf welke vloeren, meubels en contactpunten worden gereinigd en op welk moment dat gebeurt. Houd rekening met openingstijden en bezoekersstromen. Leg ook vast wie zichtbare vervuiling verwijdert wanneer de reguliere schoonmaakdienst niet aanwezig is.
Sanitair en personeelsruimten
Neem sanitair afzonderlijk op in het schema, met daarvoor aangewezen materialen en een duidelijke werkvolgorde. Beschrijf ook het aanvullen van afgesproken verbruiksartikelen en het melden van gebreken. Voor eet- en personeelsruimten moet duidelijk zijn welke taken bij de gebruikers liggen en welke binnen de schoonmaakopdracht vallen.
Reinigen en desinfecteren zijn verschillende handelingen
Reinigen is het verwijderen van zichtbaar vuil en zichtbaar en onzichtbaar organisch materiaal. Desinfecteren is gericht op het verminderen of inactiveren van micro-organismen tot een voor het gebruiksdoel aanvaardbaar niveau. De begrippen zijn daarom niet uitwisselbaar.
Algemene ruimten worden niet zonder duidelijke indicatie routinematig gedesinfecteerd. Tegelijkertijd schrijft de mondzorgspecifieke richtlijn voor bepaalde behandeloppervlakken en apparatuur wel patiëntgebonden desinfectiemomenten voor. Maak in het protocol daarom onderscheid tussen algemene ruimtereiniging, patiëntgebonden contactoppervlakken en medische hulpmiddelen.
Reinig zichtbaar verontreinigde oppervlakken eerst en desinfecteer daarna wanneer daarvoor een indicatie bestaat. Alleen wanneer een toegelaten gecombineerd reinigings- en desinfectieproduct hierin uitdrukkelijk voorziet, volgt u de gecombineerde werkwijze uit het gebruiksvoorschrift.
Neem bij desinfecterende schoonmaak het toepassingsgebied, de concentratie, inwerktijd, veiligheidsmaatregelen en materiaalcompatibiliteit op. Gebruik voor harde omgevingsoppervlakken alleen een in Nederland toegelaten PT2-biocide waarvan het wettelijke gebruiksvoorschrift de concrete toepassing, gebruikerscategorie en het vereiste werkingsspectrum dekt.
Controleer bij medische hulpmiddelen afzonderlijk de productstatus en de reinigings- en desinfectievoorschriften van de fabrikant. Een hogere concentratie, meer product of een langere contacttijd is niet naar eigen inzicht toe te passen.
Wie doet wat?
Verdeel taken niet uitsluitend op basis van het onderscheid tussen praktijkmedewerkers en externe schoonmakers. De aard van de handeling, aantoonbare bekwaamheid, schriftelijke instructie, fabrikantvoorschriften, toezicht en eindverantwoordelijkheid zijn bepalend.
Een praktische taakverdeling kan bestaan uit:
- Gebouwgebonden werkzaamheden: afgesproken reiniging van vloeren, sanitair, algemene ruimten en vrijgegeven oppervlakken.
- Klinische omsteltaken: handelingen aan patiëntgebonden contactoppervlakken en onderdelen die samenhangen met het gereedmaken van de behandelkamer.
- Instrument- en apparaattaken: verwerking van instrumentarium en werkzaamheden aan behandelunits, afzuigsystemen, medische apparatuur en hulpmiddelen.
- Incidentele werkzaamheden: taken die een voorafgaande beoordeling, aanvullende instructie of bijzondere middelen vereisen.
Leg per object vast welke werkzaamheden aan een externe partij zijn vrijgegeven. Klinische omsteltaken en werkzaamheden aan apparatuur mogen alleen binnen een schoonmaakopdracht vallen wanneer instructie, bekwaamheid, fabrikantvoorschriften, toezicht en verantwoordelijkheid aantoonbaar zijn geregeld.
Op de pagina over professionele schoonmaak van tandartspraktijken vindt u meer informatie over schoonmaak voor deze praktijkomgeving.
Materialen en de scheiding tussen schoon en vuil
Het protocol moet voorkomen dat gebruikte materialen ongecontroleerd van de ene ruimte of zone naar de andere gaan. Leg daarom vast:
- welke doeken, moppen en hulpmiddelen per ruimte of zone worden gebruikt;
- of en hoe de praktijk met kleurcodering werkt;
- waar schone materialen worden opgeslagen;
- waar gebruikte materialen na afloop naartoe gaan;
- hoe herbruikbare materialen worden verwerkt;
- hoe schoonmaakwagens en voorraden worden onderhouden;
- welke werkroute door het gebouw wordt gevolgd.
Een kleurcode werkt alleen als alle betrokken medewerkers dezelfde betekenis kennen. Neem de kleurindeling daarom op in de werkinstructie en de introductie van nieuwe medewerkers.
Welke schoonmaakfrequenties gelden?
De geldende KNMT-richtlijn bevat minimumfrequenties voor ruimtereiniging. Een lokale beoordeling kan aanleiding geven tot vaker of aanvullend reinigen, maar mag de geldende minima niet zonder richtlijnbasis verlagen.
| Taakgroep | Uitgangspunt |
|---|---|
| Kritische ruimten | Dagelijks reinigen. |
| Sanitair | Dagelijks reinigen. |
| Niet-kritische ruimten, uitgezonderd sanitair | Minimaal wekelijks reinigen. |
| Pedaalemmers en afvalbakken | Dagelijks legen. |
| Patiëntgebonden contactoppervlakken en onderdelen van de behandelunit | De taak- en patiëntgebonden frequenties uit de mondzorgrichtlijn en fabrikantvoorschriften volgen. |
Stel hogere of aanvullende frequenties vast op basis van de gebruiksintensiteit, zichtbare vervuiling, incidenten, gewijzigde kamerfuncties en fabrikantvoorschriften. Voor lastig bereikbare plaatsen of opgebouwde vervuiling kan een geplande dieptereiniging passend zijn. Leg vooraf vast wat daaronder valt en welke apparatuur of zones eerst moeten worden vrijgegeven.
Registratie en kwaliteitscontrole
Een aftekenlijst laat zien of een taak als uitgevoerd is geregistreerd, maar bewijst niet dat het resultaat goed is. Combineer registratie daarom met controles en een procedure voor herstelacties.
Visuele inspectie kan de basis vormen voor de reguliere controle van zichtbare reinheid. Laat deze controle zo mogelijk uitvoeren door een andere persoon dan degene die heeft gereinigd of gedesinfecteerd. Een visuele inspectie toont geen microbiologische veiligheid.
Aanvullende methoden, zoals ATP-bioluminescentie of fluorescentiemarkers, kunnen worden ingezet bij verbetertrajecten, uitbraken of andere gemotiveerde indicaties. Microbiologisch onderzoek is bedoeld voor specifieke situaties en niet als standaardcontrole van iedere schoonmaakronde.
Een praktische controlecyclus kan bestaan uit:
- een aftekenlijst per ruimte of taakgroep;
- een vaste procedure voor afwijkingsmeldingen;
- visuele inspecties door een aangewezen verantwoordelijke;
- terugkoppeling aan de uitvoerder en het praktijkteam;
- vastlegging van herstelacties en terugkerende aandachtspunten;
- periodieke evaluatie van het protocol en de schoonmaakafspraken.
Herzie het protocol wanneer de praktijkindeling, apparatuur, middelen, dienstverlening, fabrikantvoorschriften of relevante richtlijnen veranderen. Ook incidenten, terugkerende klachten en controlebevindingen kunnen aanleiding zijn voor aanpassing.
Checklist voor overleg met een schoonmaakdienst
- Welke ruimten en objecten vallen binnen de opdracht?
- Welke oppervlakken en onderdelen zijn uitdrukkelijk vrijgegeven?
- Welke klinische, technische of instrumentgebonden taken zijn uitgesloten?
- Wie maakt ruimten toegankelijk en werkoppervlakken vrij?
- Welke middelen en materialen mogen worden gebruikt?
- Welke fabrikantvoorschriften en schriftelijke instructies zijn van toepassing?
- Hoe worden schoon en vuil materiaal gescheiden?
- Wanneer worden dagelijkse, wekelijkse en periodieke taken uitgevoerd?
- Hoe worden werkzaamheden geregistreerd en gecontroleerd?
- Bij wie worden schade, vervuiling en andere afwijkingen gemeld?
- Wie beoordeelt de bekwaamheid voor taken die verder gaan dan algemene ruimteschoonmaak?
- Wie actualiseert het protocol wanneer de praktijk of richtlijnen veranderen?
Wilt u gebouwgebonden schoonmaakwerkzaamheden voor uw tandartspraktijk laten vastleggen in een duidelijke opdracht? Vraag dan vrijblijvend een offerte voor professionele schoonmaak aan. De praktijk blijft verantwoordelijk voor de inhoudelijke borging van patiëntgebonden processen, de taakafbakening en het volgen van de actuele mondzorgrichtlijnen en fabrikantvoorschriften.