Wie de schoonmaakkwaliteit in een medische praktijk wil controleren, moet verder kijken dan een afgetekende takenlijst. Zo’n lijst laat zien dat werkzaamheden als uitgevoerd zijn geregistreerd, maar niet of oppervlakken daadwerkelijk schoon zijn en of de afgesproken werkwijze correct is gevolgd.
Een bruikbare kwaliteitscontrole combineert daarom controle van het werkproces met een systematische visuele inspectie. Aanvullende meetmethoden kunnen in specifieke situaties nuttig zijn, bijvoorbeeld binnen een gericht verbeterproject of bij een uitbraak. Leg vooraf vast wie controleert, welke punten worden beoordeeld en wat er met afwijkingen gebeurt.
Wat betekent goede schoonmaakkwaliteit in een medische praktijk?
Goede schoonmaakkwaliteit betekent in de eerste plaats dat de afgesproken werkzaamheden zorgvuldig, op het juiste moment en volgens de vastgelegde werkwijze zijn uitgevoerd. Het gewenste resultaat verschilt per ruimte en oppervlak. Aan een behandelruimte worden andere eisen gesteld dan aan een kantoor, wachtruimte of personeelskeuken.
Maak daarbij onderscheid tussen reinigen en desinfecteren. Reinigen is gericht op het verwijderen van zichtbaar en onzichtbaar vuil. Desinfectie heeft een ander doel en wordt alleen uitgevoerd waar en wanneer dat volgens het geldende beleid en de toepasselijke professionele richtlijnen nodig is. Een visueel schoon oppervlak bewijst niet dat het desinfectieproces aantoonbaar effectief was of dat een vooraf bepaald microbiologisch niveau is bereikt.
Facilitaire schoonmaak moet bovendien duidelijk worden afgebakend van de verwerking van medische instrumenten en andere medische hulpmiddelen. Deze verwerking valt buiten reguliere facilitaire schoonmaak, tenzij de taak expliciet is toegewezen aan aantoonbaar bekwame medewerkers of een gekwalificeerde externe dienst. De uitvoering moet dan aansluiten op het praktijkprotocol en de gebruiksinstructies van de fabrikant. Ook bij patiëntgebonden apparatuur moeten taken, methoden en verantwoordelijkheden expliciet zijn vastgelegd.
Voor tandartspraktijken vormt een duidelijk schoonmaakprotocol voor de tandartspraktijk de basis voor zowel uitvoering als controle.
Welke onderdelen van de schoonmaakkwaliteit kunt u controleren?
De term kwaliteitscontrole wordt gebruikt voor verschillende controles die niet hetzelfde aantonen. Maak daarom onderscheid tussen de volgende vier onderdelen:
- Uitvoering: zijn alle afgesproken taken uitgevoerd, op het juiste moment en door de aangewezen persoon?
- Zichtbare reinheid: zijn stof, vlekken, afval, aanslag, haren en ander zichtbaar vuil verwijderd?
- ATP-houdende resten: is na reiniging nog ATP-houdend biologisch of organisch restmateriaal meetbaar? Een ATP-meting kan daarover aanvullende informatie geven, maar kent belangrijke beperkingen.
- Microbiologische situatie: zijn bepaalde micro-organismen aanwezig? Dit vraagt om specialistisch onderzoek en valt niet onder een normale visuele schoonmaakcontrole.
Geen enkele losse methode beantwoordt al deze vragen. Een aftekenlijst is nuttig voor procesregistratie, maar bewijst geen schoonmaakresultaat. Een visuele inspectie laat zichtbare gebreken zien, maar toont geen microbiologische veiligheid aan. Ook één ATP-waarde mag niet worden gebruikt als volledig bewijs van goede hygiëne of effectieve desinfectie.
Visuele inspectie als basis van de kwaliteitscontrole
Een visuele schoonmaakcontrole is praktisch, herhaalbaar en direct bruikbaar voor de dagelijkse aansturing. De SRI-richtlijn voor reiniging en desinfectie van ruimten wijst visuele inspectie aan voor de reguliere kwaliteitscontrole van reiniging.
De op 1 juli 2025 gepubliceerde SRI-richtlijn is gespecificeerd voor de medisch-specialistische zorg. In mondzorgpraktijken en andere eerstelijnslocaties kan zij als ondersteunend kader worden gebruikt, maar niet zonder meer als sectorspecifieke veldnorm. De professionele richtlijnen voor de betreffende zorgsector en de lokale procedures van de praktijk blijven leidend. Voor de mondzorg vermeldt de KNMT de richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken uit 2016 als sectorspecifieke richtlijn; deze richtlijn is volgens de KNMT in herziening. Controleer daarom altijd de actuele status voordat u een protocol vaststelt of wijzigt.
Een bruikbare inspectie is meer dan een snelle ronde door het pand. Werk met een vaste controlelijst en beoordeel steeds dezelfde soorten oppervlakken. Let bijvoorbeeld op:
- zichtbaar stof, vuil, vlekken en aanslag;
- hoeken, plinten, randen en moeilijk bereikbare plaatsen;
- contactpunten zoals deurklinken, schakelaars en handgrepen;
- lege en schone afvalvoorzieningen;
- de staat van sanitair en aanwezige dispensers;
- vloeren, werkbladen en horizontale oppervlakken;
- eventuele resten of strepen van schoonmaakmiddelen;
- beschadigde materialen die niet meer goed reinigbaar lijken.
Voer de inspectie uit bij voldoende licht en bij voorkeur kort na afronding van de schoonmaak, voordat ruimten opnieuw intensief worden gebruikt. Noteer de ruimte, het controlepunt, de afwijking en zo nodig de exacte locatie. Een foto kan helpen om een probleem objectief te bespreken, mits dit binnen de privacy- en werkafspraken van de praktijk past.
Laat reguliere kwaliteitscontroles uitvoeren door een andere functionaris dan degene die de gecontroleerde reiniging of desinfectie heeft uitgevoerd. Deze persoon mag wel tot dezelfde discipline behoren. Zelfcontrole door de schoonmaker blijft waardevol, maar vervangt de periodieke beoordeling door een andere functionaris niet.
Procescontrole: is volgens de afgesproken werkwijze gewerkt?
Een ruimte kan er netjes uitzien terwijl belangrijke procesafspraken niet zijn gevolgd. Controleer daarom niet alleen het eindbeeld, maar steekproefsgewijs ook de werkwijze. Denk aan de gebruikte materialen, de volgorde van werkzaamheden, kleurcodering, wisselmomenten van doeken en de scheiding tussen sanitaire ruimten en andere werkgebieden.
Ga ook na of medewerkers weten welke oppervlakken wel en niet onder hun taken vallen. Als medische apparatuur of patiëntgebonden hulpmiddelen binnen een taakomschrijving vallen, moeten de methode, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en toepasselijke fabrikantvoorschriften duidelijk zijn vastgelegd. De schoonmaker moet daarnaast weten welke niet-klinische onderdelen van een behandelkamer wel tot het werkprogramma behoren.
Bij desinfectie moet de toepassing aansluiten op het praktijkbeleid en de geldende professionele richtlijnen. Gebruik uitsluitend een in Nederland of via een Unietoelating toegelaten desinfectiemiddel voor de betreffende toepassing en gebruikerscategorie. Volg het actuele wettelijke gebruiksvoorschrift, het etiket en alle toelatingsvoorwaarden, waaronder het toepassingsgebied, de voorgeschreven dosering of concentratie, contacttijd, eventuele voorreiniging en beschermingsmaatregelen.
Voor medische hulpmiddelen gelden daarnaast de Nederlandstalige gebruiksinstructies van de fabrikant. Een desinfectiemiddel dat voor omgevingsoppervlakken is toegelaten, is niet automatisch geschikt voor een medisch hulpmiddel. Een facilitair schoonmaakbedrijf bepaalt bovendien niet zelfstandig wanneer een medische indicatie voor desinfectie bestaat. Die afweging hoort bij de praktijk en, wanneer dat nodig is, een passende deskundige. Lees meer over de afbakening van reiniging en desinfecterende schoonmaak.
Wat zegt een ATP-meting wel en niet?
ATP-bioluminescentie kan na reiniging een snelle indicatie geven van achtergebleven ATP-houdend biologisch of organisch restmateriaal. Met een meetstaafje wordt een afgebakend oppervlak bemonsterd, waarna een apparaat een waarde weergeeft.
Volgens de SRI is ATP geen algemene routinemeting voor de reguliere kwaliteitscontrole. De methode kan aanvullend worden ingezet bij een verbeterproject of uitbraaksituatie, in combinatie met directe terugkoppeling van de resultaten. In eerstelijns- en mondzorgpraktijken moet bovendien worden beoordeeld of deze toepassing past bij de sectorspecifieke richtlijnen, de lokale vraagstelling en de beschikbare deskundigheid.
Een ATP-meting stelt niet rechtstreeks vast welke micro-organismen of ziekteverwekkers aanwezig zijn. Een lage waarde bewijst daarom niet dat een oppervlak microbiologisch veilig of effectief gedesinfecteerd is. Een hogere waarde kan aanleiding zijn om de reiniging en de meetomstandigheden te onderzoeken, maar toont niet zelfstandig een specifiek infectierisico aan.
Meetwaarden worden onder meer beïnvloed door het apparaat, het bemonsterde oppervlak, de meettechniek, de bereikbaarheid en eigenschappen van het materiaal en aanwezige resten. Er bestaat geen universele RLU-grenswaarde die zonder meer voor ieder apparaat, oppervlak en iedere praktijk kan worden gebruikt. Leg bij toepassing vast met welk systeem wordt gewerkt, hoe groot het bemonsterde oppervlak is, welke methode wordt gebruikt en hoe de resultaten en eventuele drempelwaarden worden geïnterpreteerd.
Wanneer zijn fluorescentiemarkers of microbiologische metingen zinvol?
Fluorescentiemarkers
Een fluorescentiemarker is een onzichtbare of nauwelijks zichtbare markering die vóór de schoonmaak op een geselecteerd controlepunt wordt aangebracht. Na afloop wordt met geschikt licht gecontroleerd of de markering is verwijderd. Het verdwijnen van de marker maakt aannemelijk dat het gemarkeerde punt tijdens de reiniging is bewerkt.
De methode kan volgens de SRI aanvullend worden ingezet bij verbeterprojecten en uitbraken, waarbij directe feedback belangrijk is. De uitkomst bewijst niet dat het gehele oppervlak goed schoon is, hoeveel verontreiniging is achtergebleven of dat desinfectie effectief was. Gebruik fluorescentiemarkers daarom niet als zelfstandig bewijs van microbiologische veiligheid.
Microbiologisch onderzoek
Microbiologische bemonstering hoort niet standaard bij de dagelijkse kwaliteitscontrole door een schoonmaakbedrijf. Volgens de SRI kan onderzoek aan de orde zijn bij een specifieke indicatie, zoals een uitbraak of de introductie en beoordeling van een nieuwe reinigings- of desinfectiemethode.
De vraagstelling, bemonsteringslocaties, laboratoriummethode, eventuele drempelwaarden en interpretatie van de uitslagen vereisen specialistische kennis. Laat de indicatie en beoordeling daarom plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van een deskundige infectiepreventie, arts-microbioloog of een andere passende inhoudsdeskundige. Sterk Schoonmaak kan de facilitaire uitvoering ondersteunen, maar neemt deze professionele beoordeling niet over.
Praktische controlepunten per type ruimte
Maak de controlelijst locatiespecifiek. De volgende aandachtspunten kunnen als startpunt dienen.
Behandelkamers
- niet-klinische contactpunten, zoals deurklinken, schakelaars en kastgrepen;
- vloeren, plinten, vensterbanken en vrije werkoppervlakken;
- afvalvoorzieningen en zichtbare vervuiling rond afvalpunten;
- de vastgelegde scheiding tussen facilitaire taken en de verwerking van medische hulpmiddelen;
- duidelijke instructies voor apparatuur die expliciet binnen het schoonmaakprogramma valt.
Sanitaire ruimten
- toilet, wastafel, kranen en contactpunten;
- spiegels, dispensers, vloeren en randen;
- zichtbare aanslag, geurproblemen en voldoende verbruiksartikelen;
- voorkoming van kruisgebruik van materialen tussen sanitair en andere ruimten.
Wachtruimten en algemene ruimten
- stoelen, tafels en veel aangeraakte oppervlakken;
- entree, balieomgeving en looproutes;
- stof op horizontale oppervlakken, randen en plinten;
- vloeren, afvalbakken en plaatselijk zichtbaar vuil.
Hoe vaak deze onderdelen aandacht nodig hebben, hangt onder meer af van gebruik, vervuiling, risico, sectorspecifieke richtlijnen en praktijkspecifieke afspraken. Het artikel over de schoonmaakfrequentie van een tandartspraktijk helpt bij het beoordelen van het werkprogramma.
Maak van losse controles een vast kwaliteitsproces
Incidentele controles leveren vooral momentopnamen op. Een vast kwaliteitsproces maakt trends en terugkerende problemen zichtbaar. Werk bijvoorbeeld met de volgende cyclus:
- Leg eisen vast: bepaal per ruimte welke taken, resultaten en controlemethoden gelden.
- Plan controles: combineer frequente zelfcontrole met reguliere controle door een andere functionaris.
- Registreer afwijkingen: noteer datum, locatie, controlepunt, aard van de afwijking en verantwoordelijke partij.
- Herstel: spreek af welke tekortkomingen direct worden opgelost en wanneer hercontrole plaatsvindt.
- Analyseer patronen: onderzoek herhaalde afwijkingen per ruimte, taak, tijdstip of type oppervlak.
- Verbeter structureel: pas waar nodig instructies, materialen, planning, frequentie of taakverdeling aan.
Niet iedere afwijking betekent dat er simpelweg beter gepoetst moet worden. Terugkerend vuil kan ook wijzen op te weinig beschikbare tijd, een onpraktische inrichting, versleten materialen, onduidelijke verantwoordelijkheden of een schoonmaakfrequentie die niet meer past bij het gebruik van de ruimte.
Welke afspraken horen in het protocol en schoonmaakcontract?
Neem minimaal op welke ruimten en objecten binnen de opdracht vallen, welke werkzaamheden worden uitgevoerd en met welke frequentie. Leg daarnaast vast:
- welk resultaat per ruimte wordt verwacht;
- welke taken bij het praktijkteam, een externe specialist of het schoonmaakbedrijf horen;
- welke werkinstructies, middelen, materialen en fabrikantvoorschriften van toepassing zijn;
- wie zelfcontroles en reguliere kwaliteitscontroles uitvoert;
- hoe bevindingen worden geregistreerd en teruggekoppeld;
- binnen welke termijn afwijkingen worden hersteld;
- wanneer een hercontrole plaatsvindt;
- hoe wijzigingen in gebruik, risico, richtlijnen of bezetting worden verwerkt.
Bespreek ook wie binnen de praktijk bevoegd is om het werkprogramma te wijzigen. Zo voorkomt u dat losse verzoeken aan schoonmakers leiden tot onduidelijkheid of het wegvallen van andere taken.
Wat doet u wanneer de schoonmaakkwaliteit onvoldoende is?
Begin met het afbakenen van het probleem. Gaat het om één gemist controlepunt, een volledige ruimte of een terugkerende afwijking? Laat een acute tekortkoming herstellen en controleer daarna opnieuw. Onderzoek bij herhaling ook de achterliggende oorzaak.
Pas frequenties of werkmethoden aan wanneer de praktijk structureel anders wordt gebruikt, bepaalde oppervlakken telkens onvoldoende schoon zijn of de beschikbare schoonmaaktijd niet aansluit op het afgesproken programma. Bij vragen over desinfectie, een mogelijke uitbraak, infectierisico’s of microbiologische beoordeling schakelt de praktijk een passende inhoudsdeskundige in.
Wilt u uw huidige werkprogramma, controleafspraken en taakverdeling laten beoordelen? Sterk Schoonmaak kan tijdens een locatieopname bekijken hoe het schoonmaakonderhoud praktisch kan worden ingericht. Voor een mondzorglocatie vindt u meer informatie over professionele schoonmaak van tandartspraktijken. Voor andere medische en eerstelijnslocaties kunt u terecht bij onze dienstverlening voor gezondheidszorg en welzijn.