Wanneer moet u desinfecteren in een medische praktijk? Voor algemene omgevingsoppervlakken zonder bijzondere verontreiniging of infectiepreventie-indicatie is reguliere reiniging volgens het vastgestelde schoonmaakprotocol doorgaans voldoende. Desinfectie komt onder meer in beeld bij bloedverontreiniging, bepaalde andere lichaamsvloeistoffen, uitbraken, isolatiesituaties of specifieke voorschriften voor klinische en patiëntnabije contactoppervlakken.
Meer desinfecteren is niet automatisch beter. De juiste aanpak hangt af van de zorgsetting, het soort oppervlak, de aard van de verontreiniging en de toepasselijke richtlijn. Een mondzorgpraktijk kan daardoor andere voorschriften hebben dan een fysiotherapiepraktijk, zelfstandige kliniek of zorginstelling.
Reinigen en desinfecteren zijn niet hetzelfde
Reinigen is het verwijderen van zichtbaar vuil én onzichtbaar organisch materiaal. Daardoor kunnen micro-organismen zich minder goed handhaven, vermeerderen en verspreiden.
Desinfecteren is het thermisch of chemisch doden of inactiveren van micro-organismen op een oppervlak of voorwerp, waarbij hun aantal wordt teruggebracht tot een niveau dat voor het beoogde gebruik aanvaardbaar is. Het resultaat hangt onder meer af van het middel, het werkingsspectrum, de concentratie, de contact- of inwerktijd en de manier waarop het product wordt toegepast.
Het onderscheid is praktisch belangrijk. Een oppervlak kan na desinfectie nog vuil zijn wanneer het niet goed is gereinigd. Andersom hoeft een schoon algemeen omgevingsoppervlak niet in iedere situatie te worden gedesinfecteerd.
Algemene omgevingsoppervlakken en klinische contactoppervlakken
Bij de vraag wanneer desinfecteren in een medische praktijk nodig is, moet u onderscheid maken tussen twee soorten oppervlakken:
- Algemene omgevingsoppervlakken: bijvoorbeeld vloeren, vensterbanken, algemeen meubilair en oppervlakken in kantoren, gangen en wachtruimten.
- Klinische of patiëntnabije contactoppervlakken: bijvoorbeeld bepaalde werkbladen, behandelapparatuur en contactpunten die tijdens de zorgverlening worden aangeraakt.
Voor algemene omgevingsoppervlakken is reguliere reiniging meestal het uitgangspunt. Vaak aangeraakte contactpunten kunnen vaker moeten worden gereinigd, maar dat betekent niet automatisch dat standaarddesinfectie nodig is.
Voor klinische en patiëntnabije oppervlakken kunnen sectorspecifieke voorschriften gelden. In mondzorgpraktijken schrijft de gepubliceerde KNMT-richtlijn voor bepaalde werkbladen, apparatuur en patiëntnabije contactpunten routinematige desinfectie voor, bijvoorbeeld per patiënt of aan het einde van de werkdag. Volg altijd de op het moment van gebruik geldende, definitief gepubliceerde richtlijn; een concept- of commentaarversie is nog geen definitieve norm.
Wanneer is alleen reinigen voldoende?
Reguliere reiniging volgens het vastgestelde schoonmaakprotocol is doorgaans passend voor algemene ruimten en oppervlakken zonder bijzondere verontreiniging of aanvullende infectiepreventie-indicatie. Denk aan:
- vloeren in gangen, kantoren en wachtruimten;
- bureaus, kasten en vensterbanken;
- stoelen en ander algemeen meubilair;
- deuren, deurklinken en lichtschakelaars buiten een bijzondere situatie;
- sanitaire ruimten die volgens het reguliere schoonmaakprogramma worden onderhouden;
- algemene oppervlakken in behandelruimten, voor zover geen specifieke klinische instructie of bijzondere verontreiniging geldt.
De juiste frequentie en methode volgen uit een risico-inschatting, de toepasselijke richtlijn en het lokale schoonmaak- en infectiepreventiebeleid. Niet de inzet van een intern of extern schoonmaakteam is daarbij doorslaggevend, maar de gekozen werkwijze, instructie, frequentie en kwaliteitsborging.
Een goed programma voor schoonmaak in gezondheidszorg en welzijn maakt daarom onderscheid tussen dagelijkse reiniging, periodieke werkzaamheden en desinfectie op indicatie of volgens een specifiek sectorvoorschrift.
Wanneer is aanvullende desinfectie nodig?
Desinfectie van omgevingsoppervlakken is nodig of kan aangewezen zijn wanneer sprake is van een concrete indicatie of een specifieke instructie. Mogelijke situaties zijn:
- Verontreiniging met bloed. Nadat het bloed veilig is verwijderd en het oppervlak is gereinigd, is desinfectie doorgaans voorgeschreven.
- Verontreiniging met andere lichaamsvloeistoffen. Of desinfectie nodig is, hangt af van de zorgsetting, het mogelijke infectierisico en de toepasselijke richtlijn.
- Een uitbraak of vermoeden van verspreiding. Het lokale uitbraakprotocol of het advies van de GGD, een arts of een deskundige infectiepreventie bepaalt welke ruimten en contactpunten worden behandeld, met welk middel en met welke frequentie.
- Een isolatie- of bijzondere transmissiesituatie. Aanvullende maatregelen zijn afhankelijk van het micro-organisme, de zorgsetting en het geldende protocol.
- Een sectorspecifiek voorschrift. Rond bepaalde behandelingen en patiëntgebonden zones kan routinematige oppervlaktedesinfectie zijn voorgeschreven, ook zonder zichtbaar vuil.
- Een incident of afwijkende situatie. Bijvoorbeeld wanneer een ruimte onverwacht sterk is verontreinigd en de reguliere werkwijze niet toereikend is.
Gebruik niet één algemene aanpak voor iedere zorgpraktijk. SRI-, RIVM- en sectorspecifieke richtlijnen hebben ieder hun eigen toepassingsgebied. Voor mondzorgpraktijken is de geldende, definitief gepubliceerde KNMT-richtlijn leidend. Een intern of commercieel protocol kan daarbij praktisch ondersteunen, maar vervangt de officiële richtlijn niet. Bekijk voor de praktische uitwerking ook het schoonmaakprotocol voor de tandartspraktijk.
Beslisboom: reinigen of reinigen én desinfecteren?
- Gaat het om handen, huid, instrumentarium of een medisch hulpmiddel?
Gebruik dan niet automatisch het protocol voor omgevingsschoonmaak. Volg het daarvoor geldende beleid, de toepasselijke zorgrichtlijn en waar relevant de instructies van de fabrikant. - Is het een algemeen omgevingsoppervlak of een klinisch contactoppervlak?
Controleer of voor het klinische contactoppervlak routinematige desinfectie is voorgeschreven. Voor algemene oppervlakken volstaat zonder bijzondere indicatie doorgaans reguliere reiniging. - Is het oppervlak zichtbaar verontreinigd?
Verwijder de verontreiniging veilig en reinig het oppervlak. Bepaal vervolgens aan de hand van de aard van de verontreiniging en de geldende richtlijn of desinfectie nodig is. - Is er bloed gemorst?
Volg het incidentprotocol voor veilige verwijdering, reiniging en desinfectie. - Gaat het om een andere lichaamsvloeistof?
Controleer de richtlijn voor uw zorgsetting en het mogelijke infectierisico. Desinfectie is niet in iedere zorgsetting automatisch voorgeschreven. - Is er sprake van een uitbraak, isolatiesituatie of bijzondere instructie?
Voer de vastgelegde of door een bevoegde deskundige geadviseerde maatregelen uit. Leg de frequentie, uitvoerder en eindverantwoordelijkheid vast. - Is er geen bijzondere verontreiniging, klinisch voorschrift of andere indicatie?
Dan volstaat doorgaans de geplande reiniging volgens het schoonmaakprotocol.
Deze beslisboom ondersteunt de dagelijkse keuze, maar vervangt geen sectorspecifieke richtlijn of deskundig advies bij complexe situaties.
Persoonlijke beschermingsmiddelen bij bloed en lichaamsvloeistoffen
Gebruik bij het opruimen van bloed of lichaamsvloeistoffen minimaal geschikte wegwerphandschoenen en pas na het uittrekken handhygiëne toe. Draag een beschermend en zo nodig vochtdicht schort wanneer kleding nat of verontreinigd kan raken. Gebruik oog- of gelaatsbescherming als spatten naar het gezicht mogelijk zijn.
Bij bijzondere infecties of uitbraken kunnen aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn. Volg dan het lokale protocol en de instructies van de verantwoordelijke deskundige. Leg ook vast hoe afval en gebruikte materialen veilig worden afgevoerd.
Eerst reinigen, daarna desinfecteren
Bij afzonderlijke processtappen geldt: eerst reinigen en vervolgens desinfecteren. Vuil en organisch materiaal kunnen de werking van het desinfectiemiddel verminderen. Na het verwijderen van de verontreiniging gebruikt u het middel volgens het actuele wettelijke gebruiksvoorschrift en de instructies voor de betreffende toepassing.
Een gecombineerd reinigings- en desinfectieproduct mag alleen worden gebruikt als het voor die specifieke toepassing is toegelaten, het wettelijke gebruiksvoorschrift de gecombineerde werkwijze ondersteunt en de methode niet strijdig is met de toepasselijke zorgrichtlijn. Een algemene claim op de verpakking is daarvoor niet voldoende. Zichtbare of omvangrijke verontreiniging moet vooraf veilig worden verwijderd wanneer het gebruiksvoorschrift of de richtlijn dat vereist.
Let bij het gebruik van een desinfectiemiddel op:
- Toepassingsgebied: is het middel toegelaten voor het betreffende oppervlak en de concrete professionele toepassing?
- Werkingsspectrum: sluit de toegestane werking aan op de reden waarom u desinfecteert?
- Concentratie of dosering: moet het middel onverdund worden gebruikt of volgens voorschrift worden verdund?
- Contact- of inwerktijd: wordt het middel gedurende de voorgeschreven tijd toegepast en blijft het oppervlak zo nodig voldoende nat?
- Materiaalgeschiktheid: verdraagt het oppervlak het middel volgens de instructies van de fabrikant?
- Veilig gebruik: zijn ventilatie, opslag en persoonlijke beschermingsmiddelen geregeld zoals voorgeschreven?
Een te korte inwerktijd, verkeerde verdunning of toepassing buiten het toegestane gebruik kan betekenen dat de beoogde werking niet wordt bereikt. Meng reinigings- en desinfectiemiddelen nooit op eigen initiatief.
Hoe herkent u een toegelaten desinfectiemiddel?
Een chemisch desinfectiemiddel voor gewone omgevingsoppervlakken moet voor de beoogde toepassing zijn toegelaten. Controleer Nederlandse en overgangsrechtelijke toelatingen in de toelatingendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Informatie over toelatingen onder de Europese Biocidenverordening is ook via het European Chemicals Agency (ECHA) beschikbaar.
Controleer altijd of het product in Nederland mag worden gebruikt, of de toelating nog geldig is en of het actuele wettelijke gebruiksvoorschrift de concrete toepassing toestaat. ECHA is daarbij niet simpelweg een tweede Nederlandse toelatingsinstantie.
Ga niet alleen af op termen als ‘hygiënisch’, ‘antibacterieel’ of ‘professioneel’ op de verpakking. Het wettelijke gebruiksvoorschrift en het etiket bepalen onder meer de toegestane toepassing, dosering, inwerktijd en gebruiksvoorwaarden. Voor middelen die specifiek bij medische hulpmiddelen horen, kan andere productwetgeving gelden.
Leg het gekozen desinfectiemiddel voor de medische praktijk, de toegestane toepassing en de werkwijze vast in het protocol. Zo voorkomt u dat medewerkers zonder beoordeling een alternatief product gebruiken.
Wat valt buiten de reguliere omgevingsschoonmaak?
Dit artikel gaat over vloeren, meubilair en andere omgevings- en contactoppervlakken. De volgende onderwerpen vereisen een eigen beleid en werkwijze:
- handhygiëne en handdesinfectie;
- desinfectie van huid of slijmvliezen;
- reiniging, desinfectie en sterilisatie van instrumentarium;
- reiniging en desinfectie van medische hulpmiddelen;
- herverwerking van patiëntgebonden materialen;
- specifieke klinische infectiepreventiemaatregelen.
Voor instrumentarium en medische hulpmiddelen zijn onder meer de opdracht en het protocol van de zorgorganisatie, de toepasselijke zorgrichtlijn en de instructies van de fabrikant bepalend. Patiëntgebonden apparatuur kan zowel een omgevingsoppervlak als een medisch hulpmiddel zijn. De classificatie en de instructies van de fabrikant bepalen dan welke werkwijze geldt.
Een algemeen schoonmaakbedrijf hoort niet zelfstandig vast te stellen hoe instrumentarium of patiëntgebonden medische hulpmiddelen worden herverwerkt. Ook bij de schoonmaak van tandartspraktijken moet daarom duidelijk zijn waar de facilitaire opdracht eindigt en de verantwoordelijkheid van de praktijk begint.
Wie doet wat: zorgpraktijk en schoonmaakbedrijf
De praktijk of zorgorganisatie blijft eindverantwoordelijk voor een passend infectiepreventiebeleid en bepaalt welke werkzaamheden mogen worden uitbesteed. Een extern schoonmaakbedrijf kan uitvoeringsverantwoordelijk worden gemaakt voor duidelijk omschreven taken, mits de uitvoerders aantoonbaar zijn geïnstrueerd, over de juiste middelen en persoonlijke beschermingsmiddelen beschikken en weten wanneer zij moeten stoppen en escaleren.
Leg onder meer vast wie verantwoordelijk is voor:
- de geplande reiniging van ruimten en algemene contactoppervlakken;
- periodieke schoonmaakwerkzaamheden;
- de directe afhandeling van acute verontreiniging;
- desinfectie volgens een vooraf omschreven indicatie of sectorspecifiek voorschrift;
- de keuze en autorisatie van middelen en werkwijzen;
- registratie van uitgevoerde werkzaamheden en afwijkingen;
- het signaleren van beschadigde oppervlakken of ontbrekende middelen;
- het inschakelen van een deskundige infectiepreventie.
Acute verontreiniging moet worden afgehandeld door een vooraf aangewezen en geïnstrueerde functionaris. Dat hoeft niet per definitie een praktijkmedewerker te zijn, maar de taakverdeling moet wel garanderen dat direct en volgens protocol kan worden gehandeld.
Wilt u nagaan of de uitvoering aansluit op de gemaakte afspraken? Gebruik dan een vaste methode om de schoonmaakkwaliteit in een medische praktijk te controleren.
Leg uitzonderingen en verantwoordelijkheden vast
Een schoonmaakprotocol moet niet alleen beschrijven wat dagelijks wordt gereinigd. Neem ook afwijkende situaties op, zodat medewerkers onder tijdsdruk geen eigen werkwijze hoeven te bedenken. Leg minimaal vast:
- welke oppervlakken worden gereinigd en met welke frequentie;
- welke klinische contactoppervlakken routinematig moeten worden gedesinfecteerd;
- welke incidenten aanleiding zijn voor aanvullende desinfectie;
- wie een acute verontreiniging direct afhandelt;
- welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn;
- welke middelen zijn goedgekeurd en waar de actuele gebruiksvoorschriften beschikbaar zijn;
- wie bij een uitbraak of isolatiesituatie de aangepaste werkwijze vaststelt;
- hoe werkzaamheden, incidenten en afwijkingen worden geregistreerd;
- wanneer het externe schoonmaakbedrijf wordt geïnformeerd of ingeschakeld;
- wanneer medewerkers moeten stoppen en deskundig advies moeten vragen.
Controleer het protocol periodiek en pas het aan wanneer richtlijnen, gebruikte middelen, ruimten of behandelactiviteiten veranderen.
Wanneer is deskundig advies nodig?
Vraag deskundig advies wanneer de toepasselijke richtlijn geen duidelijk antwoord geeft, bij een uitbraak, bij bijzondere micro-organismen of wanneer maatregelen gevolgen hebben voor meerdere ruimten en werkprocessen. Dat geldt ook als onduidelijk is welk werkingsspectrum nodig is of hoe een isolatie- of eindschoonmaak moet worden ingericht.
Een schoonmaakbedrijf kan ondersteunen bij de praktische uitvoerbaarheid, taakverdeling en borging van facilitaire werkzaamheden, maar neemt de rol van een zorgprofessional of deskundige infectiepreventie niet over. De inhoudelijke indicatie voor specialistische maatregelen moet worden bepaald door de daarvoor verantwoordelijke persoon of deskundige.
Wilt u de reguliere reiniging, indicatiegerichte desinfectieschoonmaak en taakverdeling beter op elkaar laten aansluiten? Bespreek dan met Sterk Schoonmaak welke facilitaire werkzaamheden binnen uw vastgestelde protocol kunnen worden uitgevoerd.